Wereld Diabetes Dag 1997: aandacht voor de nieren en niercomplicaties
Aandacht voor niercomplicaties
Tijdens de jaarlijkse Wereld Diabetes Dag (WDD) op 14 november 1997 werd aandacht gevraagd voor de chronische aandoening diabetes (suikerziekte). Wie op jonge leeftijd diabetes krijgt heeft zijn verdere leven insuline-injecties nodig. Krijg je als senior diabetes kun je meestal volstaan met tabletten.
Voor alle mensen met diabetes geldt dat zij een voedingsadvies krijgen en hun levensstijl moeten aanpassen aan hun aandoening. Al heb je diabetes goed onder controle, toch kunnen na verloop van een aantal jaren complicaties ontstaan. Eén daarvan is nierfalen, dat wordt veroorzaakt door aantasting van de kleine bloedvaten.
Meer dan een beetje op je voeding letten
Nierfalen begint met het zogenaamde 'eiwitlekken' in de urine. Omdat de nieren hun zuiverende werking niet meer voor honderd procent kunnen doen, wordt eiwit uitgeplast. Is daarvan sprake dan zal betrokkene o.a. een nierdieet voorgeschreven krijgen. En dat is meer dan een beetje op je voeding letten. Heel zuinig zijn met zout is maar één aspect. Ook eiwit mag slechts spaarzaam worden gebruikt. Voor iemand die bijvoorbeeld zeventig kilo weegt, betekent dat een hoeveelheid eiwit van 55 à 60 gram per dag. Dat is weinig. De gemiddelde Nederlander gebruikt al snel de dubbele hoeveelheid per dag. Bovendien zit in alles wat mensen over het algemeen lekker vinden, eiwit. In vlees en vis natuurlijk en in melkproducten. Maar ook brood bevat eiwit.
Daarnaast is er dan nog het stofje kalium. Ook daarvan mogen mensen met nierproblemen slechts een geringe hoeveelheid per dag hebben. Als je dan bedenkt dat bijvoorbeeld fruit veel kalium bevat, wordt duidelijk dat een nierdieet behoorlijk ingewikkeld is. De diëtist(e) kan veel suggesties aandragen waardoor er toch lekker kan worden gegeten.
Als alleen een dieet niet meer voldoende is
Na verloop van tijd kun je niet meer volstaan met een dieet. De nieren laten het dan afweten. De overstap naar dialyse is onvermijdelijk geworden. Voor de meeste mensen met diabetes die al een poosje met hun nieren tobben komt dit niet als een donderslag bij heldere hemel. Hun arts zal hen daar al zo langzamerhand op hebben voorbereid. Bovendien bestaan er cursussen over het dialyseren.
Is het eenmaal zover, dan kan worden gekozen uit twee methodes. De hemodialyse, waarvoor de twee of drie keer per week naar het ziekenhuis moet, waar je dan ongeveer vier uur aan de dialyseapparatuur (kunstnier) ligt om je bloed te zuiveren. Een ingrijpende verandering in je leven.
De andere manier, buikvliesdialyse, kan thuis door betrokkene zelf worden uitgevoerd. Daarbij dient het buikvlies als een soort reservoir om het bloed met een spoelvloeistof te zuiveren. Dit gebeurt vier à vijf keer per dag. Je bent daar ongeveer drie kwartier mee bezig. Het grote voordeel van buikvliesdyalise is natuurlijk dat je er niet voor naar het ziekenhuis hoeft. Toch is ook deze manier van dialyseren een hele belasting.
Een nieuwe nier?
Voor sommigen is er nog een derde weg. Een niertransplantatie. Door het tekort aan donornieren zijn de wachtlijsten echter lang. Bovendien moet je je hele verdere leven behoorlijk zware medicijnen slikken om afstoting van de donornier te voorkomen.
Nierfalen is een ernstige complicatie van diabetes. Een complicatie die diep ingrijpt in je leven. Je toekomstplannen kunnen er grondig door veranderen.